Per vrachtboot naar Midden-Amerika

Twee ineen

In twee dagen twee landen, twee steden achter elkaar: Fort de France en Pointe à Pitre (Martinique en Guadeloupe). Eerst maar Pointe à Pitre, dat was gisteren.  

Na een forse wandeling vanaf de kade naar een plek waar een soort shuttleboot zou vertrekken naar de overkant van de haven, naar het centrum van de stad, bleek na enige tijd dat die boot er niet zou komen. Er stonden meer mensen te wachten, o.a. een man met zijn niet meer zo loopvaardige vader (hij haalde een looprek achter uit de auto). Maar die vader bleef in de auto zitten. Ik kreeg van hen een lift naar de stad. Ze waren erg vriendelijk. Ze zetten me af bij het Memorial Acte. Daar was het druk. Onder en rondom het gebouw vond een manifestatie plaats: toespraken en veel standjes van organisaties op sociaal gebied, voor werkgelegenheid en gezondheid. Kleine bedrijfjes toonden hun producten.

Pointe à Pitre leek een andere stad nu, veel levendiger, er waren meer verkoopsters in het overdekte marktgebouw, met punch en geuren van kruiden, buiten de markt stonden verkoopsters met groenten en fruit, er waren meer visverkopers, er was meer vis. Er is nog een andere oude overdekte markt in de stad, waar nu ook standjes waren (de vorige keer was het hier leeg), met vooral toeristenspullen. Misschien omdat het nu zaterdag was? Er waren ook meer toeristen (als je alle blanken als toerist ziet).

Ik probeerde twee musea te bezoeken, o.a. die over Victor Schoelcher, maar dat was voor renovatie gesloten. Het andere museum was om onbekende reden ook gesloten. Er was veel muziek in de stad. Eerst al bij de vismarkt. Veel drums. Later, verderop in het centrum, in een straat, een twaalfkoppige band, met allemaal percussie en drums. Zo lang als ik in het centrum bleef hoorde ik ze. Hoe ik terug moest komen naar de haven nu de shuttleboot niet vaart, wist ik niet. Ik had in de hele stad nog geen taxi gezien. En op de boot had de Ship officer ook al geen nummer van een taxi kunnen vinden, had hij ’s morgens al gezegd. Ik dacht bij het Memorial Acte misschien wel een taxi te kunnen vinden, daar waren in ieder geval mensen, dus liep terug naar dat gebouw. De manifestatie was wel bijna voorbij, maar niet alle standjes waren al opgeruimd. De pompiers (brandweerlieden) stonden er nog en hebben een taxi voor me gebeld. Terwijl ik zat te wachten kreeg ik zomaar ineens van een man die daar zijn zelfgemaakte houten meubelen had getoond, ik had even praatje met hem gemaakt, een houten houder om je mobiele telefoon in te zetten. Het zal vooral een aandenken zijn. Als je daar ooit naar toe gaat en meubels wilt laten maken: ik heb zijn gegevens.

Martinique

Eergisteren. Nadat de loods die ochtend om vijf uur aan boord verscheen, zijn aankomst had ik net gemist, voeren we langzaam op een verlicht Fort de France aan en legden zachtjes tegen de kade aan. Daarna ging ik ontbijten en stond om 7.30 uur klaar om van boord te gaan. Door de ship officer was voor de vier gasten om 8.00 uur een taxi geregeld. We verwachten eerst de shuttlebus die over het haventerrein naar de uitgang van de haven rijdt. Daar staat onze taxi dan. Alleen stonden wij op een volkomen verlaten haventerrein te wachten op onze shuttlebus. Nergens enige activiteit. Er was niemand. Niets deed het. Geen kraan in bedrijf. Wat bleek? Er was ’s nachts brand geweest ergens in de haven en er was nu in de hele haven geen elektriciteit meer. Na een tijdje gewacht te hebben dachten we: die shuttlebus rijdt natuurlijk ook niet, niemand hoeft ergens vandaan of naar toe en besloten maar te gaan lopen. Maar toen we al een tijdje aan het lopen waren kwam ons toch een busje achterop en reden we verder mee.

De taxi bracht ons naar het centrale plein in de stad. Daar staan taxi’s, bussen en zijn de ferry’s naar de overkant. We gingen gezamenlijk naar de markt, maar daarna ging iedereen zijn eigen gang. Ik bezocht het archeologisch museum en het etnografisch museum. In het laatste museum werd een kort overzicht gegeven van de samenstelling van de bevolking tot nu toe. Na de gevechten tussen de Arawakken en de Tainos, de Caraïben en de Fransen, de Fransen en de Engelsen ontstond zo in de loop van de tijd de huidige bevolking. Er was een tentoonstelling ‘Les objets et figures de l’esclavage et de la discrimination’. In beide musea was bijna alle begeleidende tekst alleen in het Frans. Voor een groot deel begrijp ik het wel, maar niet alles.

Ik had van tevoren nog gekeken of er iets met moderne kunst was, maar daarvoor moest ik buiten de stad zijn. Dat lukte dus niet. De markt weer bezocht, de groente- en fruitmarkt, en nu ook de vleesmarkt en de vismarkt. Er lag een groot cruiseschip in de haven, dat zorgde er blijkbaar voor dat er nu heel wat meer winkeltjes open waren dan eerder, vooral die met allerlei toeristische rommel. Er was een genante vertoning van een folkloristisch dansoptreden vlakbij de opgang naar dat grote cruiseschip. Ik belandde bij een congres, in het culturele park Aimé Césaire, waar ik gewoon naar binnen kon lopen, maar ik weet niet waar het over ging. Ik had natuurlijk eigenlijk even moeten blijven, ik wilde alleen naar het toilet, en toen ik weer vertrok vroegen ze spijtig waarom ik weer wegging. Een paar dagen eerder, de 25e, was er aandacht voor de internationale dag tegen geweld dat vrouwen wordt aangedaan. Er stonden her en der in het park verspreid met wit staaldraad gemaakte grote muziekinstrumenten, de contouren dan. Na ergens een thee van hibiscus, met komkommer en gember, gedronken te hebben, er lagen grote hoeveelheden van dat spul bij de markt, de thee was erg lekker, ging het regenen en nam ik een taxi terug naar het schip.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!